20 JANUARI

20 JANUARI

In het Spaans kun je vraagzinnen op een andere manier maken dan in het Nederlands. Dat heb je gisteren gezien.

Een ander belangrijk verschil tussen het Nederlands en het Spaans is het volgende:

In het Spaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (yo, tú, el/ella/usted, nosotro(a)s, vosotro(a)s, ellos/ellas/ustedes) vaak gewoon weggelaten.

Dit weglaten kan omdat de werkwoordsvorm meestal aangeeft om wie het gaat. In plaats van yo tengo zegt men in het Spaans meestal alleen tengo.

Tengo un perro.           Ik heb een hond.

Hier kan ook geen verwarring ontstaan, omdat de vorm tengo alleen bij yo hoort. Bij de derde persoon enkelvoud (él/ella en usted) en meervoud (ellos/ellas/ustedes) is dat anders.

Dan kan het nuttig zijn de persoonlijke voornaamwoorden wel te gebruiken om verwarring te voorkomen.

Zo kan tiene ‘hij heeft, ‘zij heeft’ of ‘u hebt’ betekenen. Vaak blijkt uit de context om welke persoon het gaat, maar als dat niet het geval is, dan kan het beter zijn él, ella of usted toe te voegen.

Hetzelfde geldt voor tienen, dat ‘zij hebben’of ‘u hebt’ (u-meervoud) kan betekenen.

  • Date 21/01/2019
  • Tags Een beetje Spaans...