6 JANUARI

6 JANUARI

Vandaag gaan we twee zinnen in het Spaans maken. Korte zinnen, niet meer dan drie woorden om te beginnen.

Yo soy holandesa.          Ik ben Nederlandse.

Yo soy holandés.           Ik ben Nederlands.

Tú eres española.          Jij bent Spaanse.

Tú eres español.           Jij bent Spaans.

Je maakt hier voor het eerst kennis met het Spaanse werkwoord ser (zijn).

Morgen zie je de vervoeging en dan begrijp je ook waarom je de eerste dagen bent begonnen met het leren van de persoonlijke voornaamwoorden.

Uitspraak: de Spaanse y wordt in een woord als de Nederlandse j uitgesproken. Dat hebben we al gezien. Los klinkt y als ie.

De h wordt niet uitgesproken.

Yo soy holandesa. –> jo soj olandesa.

De ñ wordt uitgesproken als de nj in het Nederlandse woord —franje—. Het golfje boven de n heet een tilde.

Tú eres española –> Toe eres espanjola

Blijf de klinkers kort uitspreken. In het Nederlands verdubbelen we de medeklinkers om een kortere uitspraak van de klinkers aan te geven (vergelijk de woorden —roken— en —rokken—). Dat gebeurt in het Spaans niet.

  • Date 05/01/2019
  • Tags Een beetje Spaans...