9 JANUARI

9 JANUARI

Je hebt vorige week al kennisgemaakt met het Spaanse werkwoord ser (zijn). Het Spaans kent nog een werkwoord dat ook ‘zijn’ betekent, maar dan voornamelijk in de betekenis van ‘zich bevinden: Dit werkwoord is estar.

Ella es mi madre.                              Zij is mijn moeder.

Dit is een vorm van ser die je al kent van gisteren.

Mi madre está en la cocina.          Mijn moeder is in de keuken.

Es en está: In het Spaans bestaan er dus twee verschillende vormen voor zijn’, waar wij in het Nederlands geen onderscheid maken.

Woordenschat:                          la cocina      de keuken

cocinar        koken

la comida     het eten; de lunch

comer          eten

sí                 ja

no nee;         niet

por favor     alstublieft

gracias        bedankt

Uitspraak: de voor een o, a, u of een medeklinker wordt als dein het Nederlandse woord -kok- uitgesproken.

De c voor een i of een e klinkt als de Engelse th-klank in thing. Deze klank hebben we niet in het Nederlands, vandaar dat we naar het Engels uitwijken om de uitspraak te beschrijven. Deze klank wordt aangeduid met S.

gracias —> graSjas

cocinar —> koSienar

  • Date 09/01/2019
  • Tags Een beetje Spaans...